maandag 9 maart 2015

OVER CONGRESBEZOEK EN REIZEN

Het eerste na-oorlogse congres van de internationale gemeenschap van logopedisten en foniaters heeft in Zürich plaats gehad, in 1950. Tiete Terpstra was in 1949 als logopedist in Amsterdam afgestudeerd en heeft dat congres bijgewoond. In 2015 herinnert zij zich daarvan het volgende.

 Je ontmoet er de schrijvers van de leerboeken die je hebt gebruikt. Je krijgt een band met collega's,  jonge en oude, van andere landen, oefent het gebruik van vreemde talen en verbreedt je gezichtsveld. Nieuwe, tot nu toe onbekende opvattingen en methoden vragen om je aandacht, je oordeel. Eigen gewoonten en (voor)oordelen vragen om herwaardering en eventueel bijstelling. Ze kunnen onderwerp zijn van gesprekken. Onzekerheden worden nader onderzocht. Nieuw verworven kennis kan met anderen worden gedeeld. 
Ook na afloop van het congres kan dit alles worden voortgezet door (email)correspondentie.

Als mijn vrouw en ik in 1959 niet een half jaar langs europese centra waren gereisd, had dat tot gevolg gehad:
-  dat de accentmethode niet was ingevoerd
-  de Coblenzer stemmethode in het vergeetboek was geraakt
-  Dr Fernau Horn's  kennis betreffende stotteren niet was verbreid
-  de orthodontische kant van afwijkend mondgedrag niet of pas later bekend was geworden
-  het systematisch onderzoek van taalstoornissen naar voorbeeld van Mme Borel Maisonny minder  bekend zou zijn geworden.
Bovendien zou er voorlopig geen afdeling Foniatrie aan de KNO klinieken zijn gevestigd en zou in Utrecht het experiment met de driejarige logopedie opleiding niet of pas later zijn uitgevoerd.  

zondag 8 maart 2015

ONDERGEDOKEN BIJ EEN FRIESE BOER

In 1943 werd in Hilversum de voedselvoorziening benard. Mijn vader was als gijzelaar afgevoerd naar St Michielsgestel. Afgezien van de beperkte vrijheid kon hij daar een gezomd leven leiden. Wij hadden het wat dat betreft moeilijker.
Via een aanbeveling van een bevriende arts kon ik enige maanden terecht bij een gemengd landbouw/veeteelt bedrijf in Bergum (prov. Fr). Mijn werk bestond uit hooi maaien en keren, koeplakken stukslaan en verspreiden, graan oogsten, schoven binden en mest laden op een kar die naast een diepe kuil stond. Op de bodem van die kuil stond ik en wierp het spul met een zwaar beladen greep drie meter omhoog. Het was een hete zomer, het was vochtig in die kuil en ik zweette profuus. Een melkbus vol met verdunde karnemelk stond binnen bereik.
In mijn vrije tijd was er veel te lezen. Op de zolder was de hele bibliotheek opgeslagen van iemand die uit zijn woning in de noordhollandse kuststreek was verdreven. Behalve franse en duitse literatuur heb ik er de Friese rjuchtskriuwing (spelling) geleerd.
De boer had het beste met me voor en had een rit geregeld met de auto van het destructiebedrijf. Ik hield de chauffeur gezelschap bij het ophalen van kadavers. Die werden door de bewoners op de afgesproken dag aan de kant van de weg gelegd en door ons opgehaald. Je zat weliswaar een deel van de tijd in een doordringende stank, maar zag intussen een groot deel van de omgeving. 

VOOR GEZONDHEID NAAR STOMPETOREN

Zomer 1942: ik ben 17 jaar en mijn ouders hebben voorgesteld dat ik zal deelnemen aan een groepsverblijf bij de jonge dominee De Jong in Stompetoren. Goed eten, gezonde lucht en leerzame omgang met 12 leeftijdsgenoten. Van de groepsgenoten is maar een vaag beeld blijven hangen; de enige naam die ik me herinner is die van een aardige jongen, die de zoon bleek te zijn van de staatssecretaris van onderwijs. In de situatie van toen gaf dat wel aanleiding te twijfelen: is hij wel te vertrouwen?
De dag werd doorgebracht met discussie en een enkele excursie. O.a. werd de grote fabriek bezocht waar volgens een vacuumverdampings-procedee melkpoeder werd vervaardigd. Bijgevolg waren alle horizontale richels in de fabriekshal bedekt met een dikke laag wit poeder. Met een van de kameraden, die net als ik uit een streek kwam waar voedsel schaars was, ben ik in een vrij uurtje teruggekeerd om wat van die overvloed te verzamelen. Toen wij in de pastorie terugkwamen, ieder beladen met twee grote blikken vol melkpoeder, werden wij opgewacht door een meute  die ons van de kostbare oogst wilden ontdoen. Wij hebben ons fel verdedigd en konden het grootste deel van de buit redden en aan het eind van de week mee naar huis nemen.
Nu, zeventig jaar later, halen we mooie stukken kaas van onze kaasboer Henrico aan het Vrijheidsplein in Zeist. Op de korst zijn altijd een paar letters te lezen, "Sto" of "oren" die me doen terugdenken aan die mooie week in Noord Holland.

dinsdag 13 januari 2015

SPECIALISTEN

De opleiding tot specialist in stem- en spraakstoornissen die mij voor ogen stond ving aan met een assistentschap van vier jaar in de Groninger universiteitskliniek voor keel- neus- oorziekten. Omdat de diagnostiek ook kennis vereiste buiten dit vakgebied had ik met mijn opleider prof. Huizinga afgesproken dat ik ook elders op het UMC terrein mijn licht zou opsteken. Zo kwam ik geregeld op bezoek bij de kaakchirurgen, de orthodontisten,de plastisch chirurgen, de kinderartsen, de kinderneurologen en de kinderpsychiaters. Om moeilijkheden met mijn medeassistenten te voorkomen compenseerde ik deze excursies door af te zien van de consulten in het sanatorium in Appelscha en een paar andere activiteiten die bij mijn collega-assistenten geliefd waren.

Onze buren de kaakchirurgen waren een ergernis voor prof. Huizinga. Hij keurde het af dat ze bij het opereren aan de elementen van de bovenkaak wel eens in de neusbijholte kwamen, terwijl dat toch bij hun specialisme hoort. Ook de algemene chirurgen moesten het ontgelden als ze operaties aan de hals uitvoerden, Die hoorden immers bij het KNO gebied. Ik kon hem geen geijk geven: toen ik getuige was bij een halsoperatie die werd uitgevoerd door de algemeen chirurg Verhagen zag ik met eigen ogen de rust en zekerheid waarmee bloedvaten werden vermeden en een schildklier werd vrijgelegd. Daarmee vergeleken leek de KNO operatiekamer soms op een slachterij. Ook bij de patienten uit Groningen en Amsterdam die ik voor mijn promotie heb onderzocht waren treffende verschillen te zien in het resultaat van het chirurgisch ingrijpen, o.a. de zorgvuldigheid waarmee de wond was gehecht.

maandag 13 oktober 2014

ONDER VIOLONCELLISTEN


Toen de bekende cellist Dimitri Ferschtman met zijn vrouw (pianiste) en twee dochters (de jongste is violiste) naar Nederland was geimmigreerd, heeft mijn zus Sytske van Gijn geholpen bij hun introductie. D.F. wilde graag kennis maken met Carel van Leeuwen Boomkamp, een van de bekendste nederlandse cellisten van de vorige generatie. Hij was een verre neef van mijn vader en een afspraak was snel gemaakt. Met D.F. toog ik naar Blaricum, waar v.L.B. een bescheiden villa bewoonde, samen met een kleine verzameling mooie violoncelli. Eén daarvan werd aan D.F.overhandigd met het verzoek een stukje te willen voorspelen. Op de lessenaar stond een naar mijn oordeel hondsmoeilijke étude, en F. worstelde er zich moedig doorheen. Hij mocht daarna de lof van de oude meestercellist in ontvangst nemen, die met nadruk bevestigde dat hij F. een voortreffelijke cellist vond. Velen hebben dat in de jaren erna kunnen bevestigen, onder anderen zij die door hem professioneel zijn opgeleid.

donderdag 28 augustus 2014

1997 - 2007 Cardiologen

 


Op aanraden van mijn huisarts heb ik dr Westerhof, cardioloog in het Utrechts Medisch Centrum, geraadpleegd wegens het “overslaan” van hartslagen (extrasystolie). Een onschuldige aandoening, maar dr Westerhof voerde bij ieder controlebezoek een algemeen lichamelijk onderzoek uit. Daardoor kwam hij een vergrote milt op het spoor. Na zijn collega hematologie te hebben geraadpleegd, stelde hij mij gerust dat dit weinig betekende zolang het bloedbeeld normaal bleef. Dat heb ik geregeld laten controleren en pas vijf jaar later was het aantal lymfocyten verhoogd en werd de diagnose chronische lymfatische leukaemie (CLL) gesteld.  Een artikel over CLL, opgespoord via internet, bevestigde dat een hoge dosis knoflookextract  tot spontaan afsterven van lymfocyten (apoptosis) kon leiden. Door dagelijks gebruik van knoflook-extract heb ik het lymfocytengetal nu al vele jaren onder 15000 weten te houden, daarmee de hematoloog buitenspel plaatsend die aan de werking van knoflook geen geloof hechtte.
 
Intussen was een minder onschuldige hartafwijking manifest geworden: een lekkende en vernauwde aortaklep. Na onze verhuizing naar Zeist in 2003 heb ik de cardiologische controles naar het Diaconessenhuis verplaatst. De cardiologe daar heeft nog nooit mijn pols gevoeld, laat staan de milt ter controle gepalpeerd. In plaats daarvan bestudeert ze het echocardiogram en maakt melding van somber stemmende verschijnselen die ze waarneemt. Ze probeert me al jaren te bewegen de aortaklep te laten vervangen d.m.v. open hart chirurgie. Van mijn kant heb ik een lijst van argumenten ingeleverd waarom ik dat niet wil en waarom ik het risico van blijvende beschadiging of per- of postoperatief overlijden te groot acht.
Ik heb geen klachten, voel me gezond, en waarom zou ik me op aanwijzing van een machinaal geassisteerde geneeskundige ziek laten maken? Het verschil van inzicht was te groot en een reden om mijn huisarts te vragen de verdere controle op zich te nemen.

zondag 1 juni 2014

1974 - 2004 HET WOENSDAGAVOND GEZELSCHAP

 



Ik ben enige tientallen jaren lid geweest van een oud en eerbiedwaardig Utrechts gezelschap. Mijn grootvader de hoogleraar fysica C.H.Wind was dat ook, hij heeft het vermeld in een brief. Zelfs in het begin van de 20e eeuw was het al oud.
Oorspronkelijk heeft het bestaan uit een kleine groep hoogleraren uit verschillende faculteiten, die onderling onderling van gedachten wisselden over actuele zaken in de wetenschap. Later -en ik weet niet wanneer dat begonnen is- zijn ook o.a. directeuren van nutsbedrijven erbij uitgenodigd. Omdat het een klein gezelschap was kon ieder lid een- of tweemaal per jaar een inleiding houden. Gewoonlijk werd die gevolgd door een discussie waarin bijna iedere deelnemer iets inbracht.
Er werd gestreefd naar een balans tussen A en B wetenschappers, maar op den duur zijn biologen en medici gaan overheersen. In het begin van de 21e eeuw is het toegangsbeleid verslapt en heeft een nieuw lid in plaats van een voordracht te houden, dia's van zijn vakantie vertoond. Toen heb ik mijn lidmaatschap beëindigd.
Daarnaast bestond er een donderdagavond gezelschap dat bijeen kwam in het fysisch laboratorium. De voordrachten, op het gebied van fysica en wiskunde,  waren voor iedereen toegankelijk.