zaterdag 30 november 2013

Autovreugd en -leed

Tijdens mijn dienst op de vliegbasis Woensdrecht kreeg ik een buitenkans:  voor 200 gulden een oude DKW kopen. Die bracht me onder andere naar mijn muziekafspraken in Bergen op Zoom. Maar hij bleek minder betrouwbaar dan de verkoper mij gezegd had. Op de terugweg van een waarneming voor een huisarts in de buurt rook ik schroeiend hout. Nadat ik de auto aan de kant had gezet en eromheen was gelopen, zag ik vlammen uit de knalpot komen, die zich ook in de houten (!) vloer hadden voortgeplant. Vandaar de rook in het interieur. De brand was gauw geblust met het water uit de sloot naast de weg en een deken die ik altijd in de auto had. In de ziekenboeg, waar ik mijn verhaal vertelde, kwam men mij meelevend tegemoet: de verplegers wilden de auto voor 100 gulden overnemen en hem voor eigen gebruik repareren. Na een paar dagen kwamen ze daarvan terug: de versnellingsbak was zodanig versleten dat ze er niet mee verder wilden. Ik heb hun de 100 gulden teruggegeven, en ze hebben de auto gehouden.

In 1960 brachten Tiete en ik een bezoek aan Marburg en Göttingen. We besloten van de terugweg een korte kampeervacantie te maken en parkeerden onze groene DKW aan de rand van een groot en leeg kampeerterrein.  Nadat de tent was opgezet roken we benzinelucht; de brandstofleiding was losgeraakt en het motorblok was scheef gezakt. Ik had een snee in mijn voet opgelopen door een glasscherf en Tiete moest een half uur wandelen om in Hahnenklee hulp te halen. Ze bracht een monteur mee, die de bouten van het motorblok vastzette en de brandstofleiding verving.
Wij sliepen gerust en vermoeid in, hoorden 's nachts wel eens zacht gedruis om ons heen, maar waren  verbaasd toen 's morgens het terrein mannetje aan mannetje met tenten bezet bleek te zijn. De Pinkstervacantie was begonnen.

Een paar jaar later hebben we onze groene DKW ingeruild voor een nieuwe creme-kleurige. Die is op een gewelddadige manier aan zijn eind gekomen. Op weg naar het revalidatiecentrum de Hoogstraat in Leersum, waar ik voor enige patienten van de logopediste Lenie de Vries in consult was geroepen, heb ik mijn voertuig teveel de sporen gegeven. Op het korte stukje snelweg vlak voor Driebergen is de krukas gebroken. Ik heb de kreupele auto in Driebergen achtergelaten en hem daar door de garage laten ophalen.

donderdag 28 november 2013

1959: Studiereis door Europa, vestiging in Utrecht

Promoveren, afsluiten van het assistentschap voor de KNO specialisatie, trouwen en op studiereis door Europa. Zo begon 1959. Door de Wereld Gezondheids Organisatie was de noodzaak onderkend om een medisch superspecialisme in stem- spraak- en taalstoornissen te creëren, en een verzoek om dat financieel mogelijk te maken was ingewilligd. In een half jaar tijd hebben we bezoeken gebracht , variërend van een week tot een maand, aan centra in Kopenhagen, Göteborg, Marburg, Wenen, Parijs, Bordeaux en Oxford. De Tour is geeindigd met een internationaal congres voor Logopedie en Foniatrie in Londen. Ook voor echtgenote Tiete was de reis verrijkend wegens de nieuwe ervaringen, opgedaan bij haar collega's logopedisten in al die centra.
Teruggekeerd in Utrecht wachtte ons een ruime woning aan de mooie Emmalaan en een aanstelling als wetenschappelijk hoofdmedewerker bij de nieuwe hoogleraar Gerlings (keel- neus- oorheelkunde). In de net nieuw gebouwde kliniek op het AZU-terrein aan de Catharijnesingel  was het gehele sousterrain bestemd voor experimentele ruimten en werkplaatsen voor de audiologie en het evenwichtsonderzoek (vestibulologie). De lector Jaap Groen die dit alles had ontworpen stelde royaal kamers ter beschikking voor foniatrisch spreekuur en behandeling door de logopedist(en).
Tijdens onze Europa-reis had ik drie keer een verslag gestuurd naar de redactie van het Ned. Tijdschrift voor Geneeskunde, die ze als Reisverslagen heeft gepubliceerd. Toen wij in September 1959 onze deuren openden voor patienten kwamen ze uit alle windstreken.

maandag 25 november 2013

Samen met Humanisten

Ik heb Prof. Hijmans van den Berg (Juridische faculteit) leren kennen toen ik, nog als student, hem hielp buitenlandse deelnemers aan een Zomercursus te Utrecht nuttig en aangenaam bezig te houden. We hebben toen o.a. de plaats bezocht waar de Duitse bezetters bij hun vertrek de dijk doorgestoken hadden van de Wieringermeerpolder waardoor deze weer onder water kwam te staan. Later heeft hij mijn vrouw en mij op een prettige manier in de kring van professoren geintroduceerd.
Kort na het heropenen van de universiteiten heeft de Vrijzinnig Christelijke StudentenVereniging een congres georganiseerd over vragen die waren opgeroepen door het gebruik en misschien misbruik van kernenergie. Op de terugweg reisde ik per trein met een van de zussen Buzeman uit Amsterdam. Omdat wij beide voorkeur voelden voor een discussie waaraan God niet zou hoeven deelnemen maakte we plannen voor een humanistische studenten vereniging. In '46 heb ik met Trude Schok en Ab Goudsmit de Utrechtse afdeling van de Studenten Vereniging op Humanistische Grondslag opgericht. Als voorzitter van die afdeling heb ik deel uitgemaakt van een groep medewerkers en studenten van de universiteit  die in 1947 een eerste na-oorlogs bezoek bracht aan Duitse zusterinstellingen om weer banden voor samenwerking aan te knopen. Prof Brandt (historicus) had de leiding.
Jaren later troffen prof. Brandt en ik elkaar in een groepsbijeenkomst om te bespreken of er in de universitaire gemeenschap plaats zou zijn voor een centrum voor humanistisch gedachtengoed. De andere leden waren mevrouw Brandt Corstius (oma van Jelle), prof. Minnaert (sterrenkunde), dr Poslavski (psychiater).  Onze conclusie luidde toen afwijzend. Misschien is er toch een kiem gelegd die later is uitgegroeid tot de Universiteit voor Humanistiek.

donderdag 21 november 2013

1946 - 1973  Film in het  onderwijs



Een heel nieuw verschijnsel van na de oorlog is het intensieve gebruik van film geweest voor instructie en (wetenschappelijk) onderwijs. De oorzaak was de overvloedige aanvoer van geschikt materiaal uit de Angelsaksische landen en het tekort aan goed bijgeschoolde leerkrachten. Tijdens de militaire training brachten filmbeelden ons bij hoe men zich ongezien kan voortbewegen in verschillende soorten terrein. 
In de eerste studiejaren werd onder andere de microscopische anatomie met cinematografische opnamen geïllustreerd. Prof. Julius (bacteriologie en hygiëne) was in het gebruik van film een voortrekker. Hij heeft het initiatief genomen tot het oprichten van een Universitair Filminstituut, dat later de Stichting Film en Wetenschap (SFW) is geworden.  Ik ben van het begin af een opmerkzaam bezoeker geweest van de voorstellingen aan de Catharijnesingel. Voor de inleidingen zorgde Willem de Vogel, die later een van de directeuren van de SFW zou worden. Later heb ik een lange reeks filmvertoningen georganiseerd voor de logopedie-opleiding. Die was toen van een cursorische naar een fulltime opleiding overgegaan, en de films met discussie waren een welkome afwisseling in het lesprogramma.
In onze afdeling nam na 1960 het bezoek toe  van patiënten met stem- en spraakstoornissen. Aangemoedigd door Willem de Vogel maakte ik geregeld afspraken om met een patiënt naar de studio te komen voor een opname van beeld en geluid. Na twee jaren was het zover dat er een boeiende film gemonteerd kon worden. Die film heeft in ons land tientallen jaren dienst gedaan bij het universitair onderwijs.

Wij gebruikten stroboscopisch flitslicht en ultrasnelle cameraopnamen om stemplooitrillingen te analyseren. Willem de Vogel was gefascineerd door de mogelijkheid snelle gebeurtenissen vertraagd - en traag verlopende gebeurtenissen (zoals celdeling en groei) versneld weer te geven, en wilde op dat onderwerp bij mij promoveren. Helaas is het niet tot een goed uitgewerkte opzet gekomen. Het manipuleren van tijd en tijdsduur geeft vaak een verrassend nieuw inzicht in allerlei processen, en het is jammer dat een veelomvattende studie daarover al in de voorbereiding is gestrand.

donderdag 7 november 2013

1955 - 1958: Specialisatie en promotie-onderzoek

In de anderhalve jaar op mijn rustige ziekenboeg van vliegveld Woensdrecht had ik iedere week een pak door mij aangevraagde boeken en tijdschriften gekregen van de Leidse universiteitsbibliotheek. Het ging grotendeels over fonetiek, spraak-, taal- en stemstoornissen. Dat had mijn interesse, en ik zag daar wel toekomst in omdat er in ons land  weinig academisch gevormde deskundigen waren die dat gebied wetenschappelijke impulsen konden geven. Die rol had ik mijzelf toegedacht.
Om daarin verder te specialiseren bood de medische faculteit van Groningen goede mogelijkheden. De hoogleraar keel- neus- en oorheelkunde Huizinga had belangstelling voor een goede spraakrevalidatie van patienten na operatieve verwijdering van het strottenhoofd (wegens kanker). Samen met zijn hoofdlogopediste mevrouw A.J.Moolenaar-Bijl en de lector in medische fysica dr J.W. van den Berg had hij van de stichting Toegepast Wetenschappelijk Onderzoek subsidie gekregen voor een halve-tijdsaanstelling van een wetenschappelijk medewerker. Daarmee mocht ik beginnen aan mijn doctoraatsonderzoek. Het waren geen prettige jaren: de werdruk was te groot, een volle dag op de KNO-kliniek plus een halve dag in het fysiologisch laboratorium.
Voor muziek maken was weinig tijd; ik kan me herinneren dat ik heb deelgenomen aan een septet bij de familie Rijkmans, en een keer strijkkwartet bij professor Röling in Haren.
Eind 1958 heb ik mijn doctoraatsthesis verdedigd en heb ik afscheid genomen van Groningen. De plechtigheid werd ook bijgewoond door Tiete Terpstra, logopediste in Amsterdam die mij aan patienten had geholpen voor mijn onderzoek. Wij hebben ons verloofd en zijn getrouwd in februari 1959.

1954: In de lucht en op de snaren

In maart 1953 heb ik het artsdiploma ontvangen. Het vervullen van de dienstplicht was wegens de studie uitgesteld, maar nu moest het ervan komen. Ik had mijn voorkeur uitgesproken voor de Luchtmacht, en na een korte officiersopleiding werd ik tewerk gesteld op het Nationaal Luchtvaartgeneeskundig Centrum in Soesterberg. Alle vliegeniers, civiel en militair, werden hier iedere twee jaar onderzocht op geschiktheid. De  werkwijze was voor een groot deel ontleend aan die van dr Hubach (militaire vliegdienst in Ned. Indië) en in overeenstemming gebracht met die van onze bondgenoten.
Al gauw werd ik bij de overste Hordijk geroepen; hij deelde mij mee dat ik op de geneeskundige dienst van de (kleine) luchtmachtbasis Woensdrecht (N.Br.) zou werken bij de overste-arts Snepvangers. Daar kregen leerling-vliegers de eerste fase van de militaire vliegopleiding op de Fokker S11. Na 12 uren duo-vliegen en uren oefenen op de vluchtsimulator was ik bijna klaar voor een vliegbrevet. Dat heeft me overigens de handicap van een ernstige lawaaidoofheid bezorgd, waaraan ik vanf mijn 45e heb geleden.
Terzijde van het vliegveld bevond zich een grote werkplaats voor het onderhoud en de revisie van straalmotoren van de Gloster Meteor toestellen, die op grote luchtbases, zoals Volkel en Leeuwarden, gestationeerd waren. Voor een beginnende dienstplichtige arts was het een mooie uitdaging om  als bedrijfsarts daaraan verbonden te zijn.
Omdat de basis werd bewoond door een gezonde en jeugdige populatie was er voor de medische dienst niet heel veel te doen. Ik had een mooie ruime kamer en had geregeld wat tijd over voor lezen en cel studeren. Voor de avonden, als er op de basis niets te doen was, had ik muzikaal vertier in het nabij gelegen Bergen Op Zoom. Via een muziekhandel had ik partners opgespoord met wie ik een strijkkwartet heb gevormd. Ook kwam ik geregeld bij de pianoleraar De Groot, met wie ik tot wederijds genoegen een flink repertoire aan cellosonates heb ingestudeerd (Brahms, Debussy, Rachmaninov). Er was een zeer actieve muziekschool en een daarmee verbonden orkest dat bezig was fragmenten uit de opera Dido en Aeneas van Purcell in te studeren. Op de generale repetitie en de uitvoering mocht ik actief deelnemen, en het  recitatief van de sopraan als continuo ondersteunen. Heerlijk om aan zo'n dramatisch optreden mee vorm te geven.

woensdag 6 november 2013

1949 - 1953: Ziekenhuiswerk

De coassistentschappen voor het semiarts- en artsexamen heb ik grotendeels gedaan buiten Utrecht, o.a. in Wassenaar, Den Haag, Eindhoven en Deventer. Vooral aan de Ursulakliniek in Deventer bewaar ik mooie herinneringen. Niet alleen waren de chirurgen Slingerland en Brandts goede voorbeelden en goede docenten, er waren twee jonge internisten die gedreven ensemblespelers waren. Met Kalff (klavier) en Haverkamp (viool) heb ik hard gewerkt aan Schubert's pianotrio, dat ik toen voor het eerst heb leren kennen. In die jaren begon de high-fidelity elektronische muziekweergave tot de mogelijkheden te behoren, en een firma in Deventer (Schuurman?) bood belangstellenden wekelijks een huisconcert aan.
Fietsen in de mooie omgeving en roeien op en zwemmen in de IJssel waren een ideale invulling van de vrije uren. Het was een geluk dat het zomer was.