De opleiding tot specialist in stem- en spraakstoornissen die mij voor ogen stond ving aan met een assistentschap van vier jaar in de Groninger universiteitskliniek voor keel- neus- oorziekten. Omdat de diagnostiek ook kennis vereiste buiten dit vakgebied had ik met mijn opleider prof. Huizinga afgesproken dat ik ook elders op het UMC terrein mijn licht zou opsteken. Zo kwam ik geregeld op bezoek bij de kaakchirurgen, de orthodontisten,de plastisch chirurgen, de kinderartsen, de kinderneurologen en de kinderpsychiaters. Om moeilijkheden met mijn medeassistenten te voorkomen compenseerde ik deze excursies door af te zien van de consulten in het sanatorium in Appelscha en een paar andere activiteiten die bij mijn collega-assistenten geliefd waren.
Onze buren de kaakchirurgen waren een ergernis voor prof. Huizinga. Hij keurde het af dat ze bij het opereren aan de elementen van de bovenkaak wel eens in de neusbijholte kwamen, terwijl dat toch bij hun specialisme hoort. Ook de algemene chirurgen moesten het ontgelden als ze operaties aan de hals uitvoerden, Die hoorden immers bij het KNO gebied. Ik kon hem geen geijk geven: toen ik getuige was bij een halsoperatie die werd uitgevoerd door de algemeen chirurg Verhagen zag ik met eigen ogen de rust en zekerheid waarmee bloedvaten werden vermeden en een schildklier werd vrijgelegd. Daarmee vergeleken leek de KNO operatiekamer soms op een slachterij. Ook bij de patienten uit Groningen en Amsterdam die ik voor mijn promotie heb onderzocht waren treffende verschillen te zien in het resultaat van het chirurgisch ingrijpen, o.a. de zorgvuldigheid waarmee de wond was gehecht.
dinsdag 13 januari 2015
maandag 13 oktober 2014
ONDER VIOLONCELLISTEN
Toen de bekende cellist Dimitri Ferschtman met zijn vrouw (pianiste) en twee dochters (de jongste is violiste) naar Nederland was geimmigreerd, heeft mijn zus Sytske van Gijn geholpen bij hun introductie. D.F. wilde graag kennis maken met Carel van Leeuwen Boomkamp, een van de bekendste nederlandse cellisten van de vorige generatie. Hij was een verre neef van mijn vader en een afspraak was snel gemaakt. Met D.F. toog ik naar Blaricum, waar v.L.B. een bescheiden villa bewoonde, samen met een kleine verzameling mooie violoncelli. Eén daarvan werd aan D.F.overhandigd met het verzoek een stukje te willen voorspelen. Op de lessenaar stond een naar mijn oordeel hondsmoeilijke étude, en F. worstelde er zich moedig doorheen. Hij mocht daarna de lof van de oude meestercellist in ontvangst nemen, die met nadruk bevestigde dat hij F. een voortreffelijke cellist vond. Velen hebben dat in de jaren erna kunnen bevestigen, onder anderen zij die door hem professioneel zijn opgeleid.
donderdag 28 augustus 2014
1997 - 2007 Cardiologen
Op aanraden van mijn huisarts heb ik dr Westerhof, cardioloog in het Utrechts Medisch Centrum, geraadpleegd wegens het “overslaan” van hartslagen (extrasystolie). Een onschuldige aandoening, maar dr Westerhof voerde bij ieder controlebezoek een algemeen lichamelijk onderzoek uit. Daardoor kwam hij een vergrote milt op het spoor. Na zijn collega hematologie te hebben geraadpleegd, stelde hij mij gerust dat dit weinig betekende zolang het bloedbeeld normaal bleef. Dat heb ik geregeld laten controleren en pas vijf jaar later was het aantal lymfocyten verhoogd en werd de diagnose chronische lymfatische leukaemie (CLL) gesteld. Een artikel over CLL, opgespoord via internet, bevestigde dat een hoge dosis knoflookextract tot spontaan afsterven van lymfocyten (apoptosis) kon leiden. Door dagelijks gebruik van knoflook-extract heb ik het lymfocytengetal nu al vele jaren onder 15000 weten te houden, daarmee de hematoloog buitenspel plaatsend die aan de werking van knoflook geen geloof hechtte.
Intussen was een minder onschuldige hartafwijking manifest geworden: een lekkende en vernauwde aortaklep. Na onze verhuizing naar Zeist in 2003 heb ik de cardiologische controles naar het Diaconessenhuis verplaatst. De cardiologe daar heeft nog nooit mijn pols gevoeld, laat staan de milt ter controle gepalpeerd. In plaats daarvan bestudeert ze het echocardiogram en maakt melding van somber stemmende verschijnselen die ze waarneemt. Ze probeert me al jaren te bewegen de aortaklep te laten vervangen d.m.v. open hart chirurgie. Van mijn kant heb ik een lijst van argumenten ingeleverd waarom ik dat niet wil en waarom ik het risico van blijvende beschadiging of per- of postoperatief overlijden te groot acht.
Ik heb geen klachten, voel me gezond, en waarom zou ik me op aanwijzing van een machinaal geassisteerde geneeskundige ziek laten maken? Het verschil van inzicht was te groot en een reden om mijn huisarts te vragen de verdere controle op zich te nemen. zondag 1 juni 2014
1974 - 2004 HET WOENSDAGAVOND GEZELSCHAP
Ik ben enige tientallen jaren lid geweest van een oud en eerbiedwaardig Utrechts gezelschap. Mijn grootvader de hoogleraar fysica C.H.Wind was dat ook, hij heeft het vermeld in een brief. Zelfs in het begin van de 20e eeuw was het al oud.
Oorspronkelijk heeft het bestaan uit een kleine groep hoogleraren uit verschillende faculteiten, die onderling onderling van gedachten wisselden over actuele zaken in de wetenschap. Later -en ik weet niet wanneer dat begonnen is- zijn ook o.a. directeuren van nutsbedrijven erbij uitgenodigd. Omdat het een klein gezelschap was kon ieder lid een- of tweemaal per jaar een inleiding houden. Gewoonlijk werd die gevolgd door een discussie waarin bijna iedere deelnemer iets inbracht.
Er werd gestreefd naar een balans tussen A en B wetenschappers, maar op den duur zijn biologen en medici gaan overheersen. In het begin van de 21e eeuw is het toegangsbeleid verslapt en heeft een nieuw lid in plaats van een voordracht te houden, dia's van zijn vakantie vertoond. Toen heb ik mijn lidmaatschap beëindigd.
Daarnaast bestond er een donderdagavond gezelschap dat bijeen kwam in het fysisch laboratorium. De voordrachten, op het gebied van fysica en wiskunde, waren voor iedereen toegankelijk.
Daarnaast bestond er een donderdagavond gezelschap dat bijeen kwam in het fysisch laboratorium. De voordrachten, op het gebied van fysica en wiskunde, waren voor iedereen toegankelijk.
zondag 11 mei 2014
1972: Itchituckny koorts
Tijdens een visiting professorship aan de University of Florida leerde ik de attracties in de omgeving kennen, zoals het strand van St Augustine aan de oostkust en Cedar Key aan de westkust. Met een paar medewerkers van het Communication Sciences Laboratory heb ik op een weekend een mooie zwemplek ten noorden van Gainesville bezocht. Onder de kalkrotsgrond van Florida stromen onderaardse rivieren. Door erosie valt er soms een stuk van van de rotsbodem naar binnen, er ontstaat dan een sinkhole. Een mooie plek om te zwemmen was het heldere bronwater in een rond meertje van waaruit de Itchituckny, een snelle beek, stroomde die uitkwam op de Santa Fé river. Dit is een zijtak van de Suwannee river die in de Golf van Mexico uitmondt.
De directeur van het lab, Harry Hollien, was o.a. betrokken bij onderzoek naar onderwater communicatie en vond het daarom gepast dat zijn nieuwe gastmedewerkers zouden leren omgaan met persluchtflessen voor onderwater arbeid. Zo stonden wij bibberend in het water van 17 of 18 graden te luisteren naar instructie over het ademen tijdens het duiken. De instructeur zelf was gehuld in een comfortabele wetsuit en had dus geen last van de kou. De instructie was uitvoerig en gedetailleerd en onze groepsleider hield op geen enkele wijze rekening met de toenemend penibele fysieke toestand van zijn toehoorders.
De gevolgen bleven niet uit. Gedurende de hele rit terug naar Gainesville heb ik zitten schokken en schudden. Aanvankelijk was dat een natuurlijke reactie om warm te worden, maar gaandeweg veranderde het in een beven en rillen van de koorts. De volgende dag had ik keelpijn en een forse tonsillitis. ‘s Avonds zou ik voor een groot publiek een voordracht houden en het was ondenkbaar dat het nog afgezegd kon worden. Schuddend van de koorts heb ik mijn college gegeven. Ik kan me er weinig van herinneren, maar het kan niet anders dan dat het toegestroomde publiek teleurgesteld naar huis is gegaan.
We zijn twintig jaar later nog eens teruggegaan naar die mooie natuurlijke plek ten noorden van High Springs. De omtrek van het meertje was beschoeid met houten planken, de grond eromheen platgetrapt, er groeide niets meer. Het was een publieke plaats geworden, met parkeerplaatsen en rijen verkleedhokjes. In het weekend kwamen horden jonge mensen die zich, drijvend op opgeblazen auto-binnenbanden, de beek lieten afzakken.
woensdag 23 april 2014
1942, Koninginnedag
Ik ben in het bezit gekomen van een seinpistool dat een groene, rode of witte vuurpijl tot 40 m de hoogte in schiet. De vondst had plaats tijdens een NJN-excursie in het najaar van 1941. We wandelden door de Eempolder langs de oever van het IJsselmeer toen ik daar een onooglijke zwart blikken trommel van ongeveer 40 x 20 cm aan de waterlijn zag liggen. Er zat een leren draaglus aan. Omdat er een Deutsch-freundliche persoon in de groep mee was, heb ik het ding onder de overhangende oever verstopt met de bedoeling er later voor terug te komen.
Dat heb ik na een paar dagen gedaan en het achterop de fiets mee naar huis genomen. De rand was dichtgesoldeerd op de manier van een sardineblikje: een soort draaisleutel was meegeleverd om het deksel te openen. De inhoud was verrassend: een degelijk zwart afgewerkt seinpistool van Duitse makelij, en drie blikken trommels met bijbehorende patronen, kaliber 26 mm. Het zal waarschijnlijk uit een vliegtuig- of scheepswrak afkomstig zijn geweest.
De bezetter heeft verboden om met versieringen en feestelijkheden aandacht te besteden aan verjaardagen van het koninklijk huis. Natuurlijk is iedere loyale Nederlander erop uit om op verborgen wijze wel iets aan een viering te doen, bijvoorbeeld door oranje kussens op de tuinbank te leggen of iets dergelijks. Ik zorg voor een bescheiden vuurwerk, en ik verheug me erop dat ik iets laat gebeuren dat voor de bezetter onverwacht komt en misschien wat onrust veroorzaakt.
Dat heb ik na een paar dagen gedaan en het achterop de fiets mee naar huis genomen. De rand was dichtgesoldeerd op de manier van een sardineblikje: een soort draaisleutel was meegeleverd om het deksel te openen. De inhoud was verrassend: een degelijk zwart afgewerkt seinpistool van Duitse makelij, en drie blikken trommels met bijbehorende patronen, kaliber 26 mm. Het zal waarschijnlijk uit een vliegtuig- of scheepswrak afkomstig zijn geweest.
De bezetter heeft verboden om met versieringen en feestelijkheden aandacht te besteden aan verjaardagen van het koninklijk huis. Natuurlijk is iedere loyale Nederlander erop uit om op verborgen wijze wel iets aan een viering te doen, bijvoorbeeld door oranje kussens op de tuinbank te leggen of iets dergelijks. Ik zorg voor een bescheiden vuurwerk, en ik verheug me erop dat ik iets laat gebeuren dat voor de bezetter onverwacht komt en misschien wat onrust veroorzaakt.
Omdat het me wel aardig leek, en ook veiliger, om mijn vuurpijl-kanon op afstand te bedienen met een tijdmechanisme, heb ik er een houten kist omheen gebouwd met daarin een wekkerklok. Met het afgaan van de wekker werd een touwtje opgewonden dat een pal wegtrok waardoor een gewicht omlaag viel dat een staafje, dat de gespannen haan tegenhield, wegtrok.
Op de bewuste koninginnedag had ik de kist begraven dichtbij het Crailose viadukt, aan de rand van een wijk waar de meeste huizen door de Duitsers gevorderd waren. Vanuit de Insulindelaan hadden we er goed zicht op. Ik had de buren aangekondigd dat er ‘s avonds om tien uur een vuurpijl de lucht in zou gaan en we stonden samen op de uitkijk. Het werd tien uur en de minuten verstreken zonder dat er iets gebeurde. De buren waren al teleurgesteld afgedropen toen om vijf over tien een juichend lichtsignaal omhoog ging. De HEMA wekkerklok liep helaas iets achter, maar ik heb mijn feestelijke boodschap af kunnen geven. 1942, Pasen
De Duitse bezetter heeft iets bedacht om sabotage aan de spoorbaan te voorkomen. De manlijke inwoners moeten daartoe een burgerwacht vormen. Ieder krijgt een stuk van 400 m te bewaken, dat zijn dus 12 personen die de vijf km tussen Hilversum en Bussum in de gaten moeten houden. Met mijn 17 jaren ben ik opgeroepen om daaraan deel te nemen. In het nachtelijk duister is het niet altijd mogelijk te zien waar de naburige bewakers zich bevinden. Maar door de grens van het eigen revier op te zoeken is er tijdens een ontmoeting wel eens gelegenheid voor een vluchtig praatje. De organisatie van en toezicht op deze burgerplicht is opgedragen aan een stel burgers die loyaal meewerken met de bezetter, meest lid van de NSB.
Mijn familie had zich voorgenomen een uitvoering van de Mattheus Passion van J.S.Bach in de Naarder kerk bij te wonen en ik zou meegaan. Maar een oproep voor die avond om de spoorbaan te bewaken dreigt dat te verhinderen. Nu sta ik voor een conflict: de verachte en gehate NSB’er te vragen om mijn waakbeurt om te ruilen en op een andere datum te zetten, of te weigeren deze vernederende gang te maken en het concert missen. Ik kies voor het eerste, en de wijk-commissaris is allervriendelijkst: vol begrip verandert hij mijn datum voor de spoor-bewaking.
Abonneren op:
Posts (Atom)